Inleiding
Ik heb de laatste tijd nagedacht over het onderwerp "hoop".Hoop heeft in wezen twee aspecten:
- Waarop hoop ik?
- Waarop is mijn hoop gebaseerd?
Kortom, doel en reden.
Een paar dagen geleden, toen ik mijn garage aan het opruimen was, ik denk voor het eerst in 20 jaar, werd ik me hiervan bewust. Ik vond drie fietssloten in de diepte van een plank.
Ik hoop ooit met alle drie een fiets op slot te kunnen zetten, maar mijn hoop is slechts bij één slot gefundeerd, want van slechts één heb ik de sleutels nog. Ik heb nog een doos met sleutels in de kelder, maar de kans is niet groot dat er nog sleutels bij zitten die passen.
Het thema "hoop" dook in de Coronaperiode ook steeds vaker op als verwijt aan de kerken dat zij in die tijd geen hoop konden bieden.
Aan de andere kant heb ik vanuit de grote kerken, in diverse preken en artikelen op het internet, geluiden gehoord dat het verspreiden van hoop een van de belangrijkste taken van de kerken is.
Heel vaak wordt in dergelijke uitspraken niet gespecificeerd wat de hoop is, het doel en de reden blijven vaag. Ik weet niet hoe u hierover denkt, maar het stoort me een beetje.
In zijn boek "Menschliches, Allzumenschliches" zei de filosoof Friedrich Nietzsche iets heel vervelends over hoop, onder verwijzing naar de doos van Pandora:
Zeus wilde dat de mens, hoezeer ook gekweld door andere kwaden, het leven niet weggooide, maar opnieuw gekweld bleef worden. Daartoe geeft hij de mens hoop: in werkelijkheid is dat het meest kwalijke van alle kwaden, omdat het de kwelling van de mens verlengt.
Hoop als een misvatting, als een kwellende verlenging van wat niet beter wordt?
Zo zie ik het niet, maar ik wil er vandaag met u over nadenken en begin met een heel banaal Bijbelvers over het onderwerp "hoop" (Prediker 9:4, NL):
Zolang men leeft, is er hoop; als men dood is, is er geen hoop meer. Dat lijkt banaal, maar het is ergens ook een basiswet: zolang er leven is, is er hoop.
Ik werd me daarvan bewust toen onze perenboom in de tuin, die honderd jaar oud leek, drie jaar geleden verdorde, zomaar, van de ene op de andere dag, zo leek het. Misschien was zijn tijd gekomen, misschien hadden we hem die droge zomer water moeten geven, maar dat was nooit nodig geweest.
Toen de boom dood was, was er zeker geen hoop meer.
Dit principe, denk ik, is vrij goed begrepen. Maar de vragen in het leven blijven, wat is hoop en waar is het op gebaseerd?
Hoop in het Oude Testament
In de Bijbel zijn er in het Oude Testament verschillende perspectieven die leiden tot verschillende opvattingen over hoop.
Het vers hiervoor komt uit het boek "Prediker" en dit boek hanteert grotendeels het perspectief "onder de zon", dat wil zeggen dat de auteur alleen kijkt naar wat hier op aarde bestaat.
Dit leidt dan tot het volgende perspectief (Prediker 9:7-10; NL):
De prediker ziet hier alleen hoop in aardse genoegens, die niet alleen materieel maar bijvoorbeeld ook intellectueel kunnen zijn.
Eigenlijk is dit een heel moderne tekst, zoals ook blijkt uit de veelomvattende uitspraak "Want God heeft lang behagen gehad in uw doen en laten". Zolang ik hier op aarde leef zoals ik wil, kan God daar toch niets voor teruggekregen hebben? De moderne mens accepteert allang niet meer dat God zijn eigen denken en doen in twijfel trekt.
Daarom is "I did it my way" nog steeds een heel populair liedje.
Maar op de een of andere manier is deze aardse kijk niet voldoende.
Koning David was een persoon uit het Oude Testament die veel met God had meegemaakt. Zijn gebeden werden vaak verhoord, hoewel hij ook veel fouten maakte in zijn leven, die ook heel openlijk in de Bijbel worden beschreven.
Dit zegt David aan het eind van zijn leven (1 Kronieken 29:14,15; NL):
De dagen op aarde hebben niets blijvends, ze zijn als een schaduw die van het ene op het andere moment kan verdwijnen.
Hoop je dan alleen op aards geluk omdat er niet meer lijkt te zijn?
Deze gedachte loopt ook door het boek Job, degene met het slechte nieuws. Ik handel juist, doe goed, en dat geeft me hoop dat het goed met me zal gaan op aarde. Job dacht dat in het begin en drie van zijn vrienden dachten dat tot het einde. Maar Job besefte aan het eind dat het eigenlijk gaat om het herkennen van God.
Tegen het einde praat hij met God en heeft het volgende opmerkelijke besef (Job 42:5; NL)
Hoewel de meeste personages in het Oude Testament hun ogen vooral op het aardse gericht hadden, schijnt het hemelse steeds weer door.
In de Psalmen staan bijvoorbeeld veel verzen die de hoop op God uitdrukken:
Psalm 25:21; NL
Dit gaat over het hopen op hulp om een goed en rechtvaardig leven te leiden. Dat lijkt me goed.
God, help me bijvoorbeeld om aardig en vriendelijk te zijn voor mijn naaste. Dit is een heel zinvol gebed.
Psalm 31:25; NL
Dit is de hoop op Gods hulp in een strijd. In die tijd was dat vaak een oorlog, maar tegenwoordig kan het ook een strijd zijn tegen de innerlijke bastaard, bijv. tegen overmatige troost.
Nog twee verzen:
Psalm 33:22; NL
Psalm 39:8; NL
God als je enige hoop? Hier zullen velen zeker aarzelen of tegenspreken.
Veel mensen hebben niets met God. Sommige mensen die geloven dat God op zijn minst een beetje waar is, leven hun leven en steken misschien een keer een kaarsje aan in een katholieke kerk om misschien een extra impuls van God te krijgen.
Dat zou het christendom als folklore zijn, dat misschien hier en daar een beetje werkt, maar ook zonder.
God als enige hoop?
In Spreuken 11:7 staat een andere banale uitspraak over hoop:
Ik zou goddeloos niet zien in ethische zin, maar als iemand die zonder God is en niets van God wil weten. Als hoop alleen betrekking heeft op het aardse, dan is de hoop voorbij als men sterft.
Hoop vandaag
De meeste hoop die ons vandaag persoonlijk bezighoudt, is waarschijnlijk ook van meer aardse aard. We hopen gezond te blijven, een baan te vinden en te houden, we hopen dat onze kinderen iets zullen worden, we hopen niet moeilijk te worden op onze oude dag, enzovoort.
Ik denk dat hoe moeilijker de situatie waarin we ons bevinden, hoe korter het perspectief van de hoop.
Als we in nood verkeren, hopen we op een uitweg; als ik ziek ben, hoop ik weer beter te worden; als we in een oorlogsgebied leven, hopen we dat ons en onze dierbaren niets zal overkomen en dat we niet hoeven te vluchten.
Vaak komt hoop voort uit het feit dat we geen andere keuze hebben. Dit wordt doelgericht optimisme genoemd, maar dat is niet zo verkeerd. Zolang men leeft, is er hoop, zoals we al zagen in het Bijbelvers aan het begin. En optimisten redden het vaak beter dan pessimisten, want hoewel ze misschien een te positieve kijk op de situatie hebben, zien ze eerder kansen dan pessimisten, voor wie alles geen zin meer heeft.
Maar zelfs als de crisis voortduurt, moet men op een gegeven moment verder kijken dan de crisismodus.
We hebben zojuist uitspraken gehoord waarin God werd beschreven als de enige hoop.
Meer dan twintig jaar geleden maakte ik deel uit van hulptransporten naar het voormalige Joegoslavië en woonde ik eens een Kroatische kerkdienst bij in Osijeck. De stad was in die tijd omsingeld door Servische Chetniks en er was maar één weg om veilig in de stad te komen. Er waren veel vluchtelingen in de gemeente die hun huizen waren ontvlucht. En de voorganger preekte over Martha en Maria (Lucas 10:39-41). Martha deed veel werk en zorgde voor de gasten en haar zus Maria zat aan Jezus' voeten en luisterde alleen maar naar hem. Martha klaagde bij Jezus dat Maria niets wilde doen, maar Jezus zei dat Maria besefte wat belangrijk was en niet wilde verliezen wat ze had gehoord.
Tegen de achtergrond dat veel aanwezigen in die tijd veel verloren hadden, vond ik deze preek zeer indrukwekkend en ben hem daarom niet vergeten.
Alles kan verloren gaan, maar God niet.
God als enige hoop? Alleen al het besef dat er een God is, kan sommige mensen tot een zekere nederigheid helpen, maar als we kijken naar de twee vragen, waar hopen we op en waar is de hoop op gebaseerd, dan moet het wat concreter worden.
De Bijbel zegt dat God Jezus Christus naar de aarde heeft gezonden en over deze Jezus staat in Mattheüs 12:18-21; NL:
Bij Jezus wordt het allemaal wat concreter. We vinden voorbeelden van juist handelen, bijvoorbeeld in de Bergrede.
We vinden voorbeelden van hoe je concreter met God kunt praten, bidden, je hoop op hem vestigen, hulp krijgen. Het Onze Vader is een blauwdruk voor zo'n gebed.
We vinden beloften dat God gebeden hoort en dat hij helpt. Dat is de basis voor deze hoop. En Gods hulp gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Een mooi beeld hiervan komt uit Ezechiël 37 waar de profeet in een visioen een beeld ziet van skeletten en in dit visioen worden de skeletten weer levende mensen. God kan onmogelijke dingen doen zoals mensen nieuw maken en kerken nieuw leven inblazen.
We vinden ook de belofte dat God door Jezus ook onze schuld voor God zal vergeven als we die aanvaarden. En we vinden ook hulp om onszelf te veranderen, zodat "ik deed het op mijn manier" niet ten koste hoeft te gaan van anderen.
Daar mogen we op hopen.
Hoop morgen
Maar dat is nog niet alles. De punten die tot nu toe naar voren zijn gebracht, hebben nog steeds vooral betrekking op het aardse.
Het is ook belangrijk om het christen-zijn hier op aarde niet alleen als folklore te beschouwen, maar om samen met Jezus Christus te leven en veranderd te worden, zoals we eerder hoorden. Het beginpunt van dit veranderingsproces wordt in de Bijbel vaak de nieuwe geboorte genoemd (1 Petrus 1:3, NL):
En het gaat verder, er is een hoop voor morgen is en die wil ik specifiek noemen. Dat is de opstanding. Na onze dood zullen we bij Jezus Christus zijn.
Dat feit van de opstanding is daarvoor heel belangrijk (1 Korintiërs 15:3b-7; NL):
Onze hoop hoeft niet te sterven met onze dood. Jezus Christus, heeft meer klaar voor wie wil.
Enkele verzen verder wordt het nog puntiger geformuleerd (1 Korintiërs 15:16-19; NL):
Met alle crises die ieder mens hier en daar meemaakt, is het al geweldig om met Jezus Christus op aarde te leven, maar dit aardse uitzicht alleen is veel te weinig. Hij heeft zoveel meer voor ons in petto.
Als laatste zin over het onderwerp "hoop" wil ik een Bijbelvers citeren, Hebreeën 11:1; NEÜ:
Samenvatting
Ik vat samen.
- We hebben nagedacht over hoop:
- Waar hoop ik op?
- Waarop is mijn hoop gebaseerd?
- In principe is er hoop zolang men leeft. Maar alle aardse hoop eindigt met de dood.
- In het Oude Testament was er voornamelijk alleen hoop in en op het aardse, maar God als hoop werd al gezocht en het eeuwige scheen op sommige plaatsen al door.
- Vandaag is het doel van onze hoop vaak afhankelijk van de crisis waarin we ons bevinden, maar God zond Jezus Christus als hoop om verder te kijken: Als een model voor actie, voor gebed, voor beloften die God in de Bijbel doet en als een weg van vergeving en verandering.
- Dan is er de eeuwige hoop van de opstanding, om bij God te zijn.