Het is beter om alles te laten zoals het is...

Liever vertrouwde slagen dan een onzekere hoop? Liever vertrouwde slavernij dan vrijheid in een onbekend land?

Kerkdienst ,, , Evangelische Vrije Kerk Leichlingen

automatisch vertaald

Inleiding

In de jaren tachtig waren er verschillende plaatsen die moesten verhuizen vanwege de bruinkoolwinning in dagbouw. In één plaats kregen de burgers verschillende plannen voorgelegd van hoe de nieuwe plaats eruit zou kunnen zien. Ze verbeterden bijvoorbeeld de indeling, het stratenplan, enz., maar de burgers kozen voor de variant die het meest leek op hun oorspronkelijke oude stad, ook al was de oude indeling inefficiënt en verwarrend en zorgde ze voor problemen.

Deze plek - helaas ben ik niet achter de naam gekomen - heeft het gehaald in een onderzoeksartikel van Amerikaanse psychologen, met als titel:

"Status quo bias in besluitvorming

wat ongeveer in het Duits betekent:

"Status quo bias in besluitvorming".

"Status quo" betekent hier niet de rockband, maar is Latijn voor de bestaande huidige toestand, zo wordt de term meestal gebruikt.

Laten we nog eens snel naar het voorbeeld kijken. Er is een compleet nieuwe stad gebouwd: Waarom is die niet mooier, beter gebouwd? Waarom verkoos men het oude vertrouwde, maar slechtere, boven het betere?

Ik vond de term "status quo bias" wel aardig. De definitie (van Wikipedia) is als volgt:

De status quo bias (ook wel status quo tendens genoemd) is een cognitieve bias die leidt tot een buitensporige voorkeur voor de status quo boven verandering. Met andere woorden, mensen willen dat de dingen blijven zoals ze zijn.

of

Als gevolg van een status quo bias nemen mensen grotere risico's om de status quo te handhaven dan om de situatie te veranderen.

Is dat zo? Vinden we onszelf terug in deze beschrijving?

Laten we eens kijken naar een voorbeeld uit het Oude Testament hierover.

Exodus uit Egypte

Een paar duizend jaar geleden leefden de Israëlieten in Egypte en ging het goed, zodat ze veel kinderen kregen en het er steeds meer werden. Op een gegeven moment werd dit eng voor de toenmalige koning van Egypte (Exodus 1:9-14; NL).

9 Hij zei tegen zijn volk: "Deze Israëlieten zijn te talrijk en te machtig voor ons geworden. 10 We moeten iets bedenken om te voorkomen dat dit volk nog groter wordt. Anders zouden zij zich in geval van oorlog met onze vijanden verenigen, tegen ons vechten en dan het land verlaten." 11 Daarom stelden de Egyptenaren opzichters over de Israëlieten aan om hen met zware arbeid te onderdrukken. De Israëlieten moesten de voorraadsteden Pitom en Ramses bouwen voor Farao, de koning van Egypte. 12 Maar hoe meer de Egyptenaren hen onderdrukten, hoe talrijker de Israëlieten werden! Toen werden de Egyptenaren bang voor hen. 13 Ze dwongen de Israëlieten met geweld tot zwaar werk en 14 maakten hen het leven moeilijk door het zware werk: de Israëlieten moesten bakstenen van klei maken en op het land werken.

En Farao gaat later nog een stap verder (Exodus 1:22, NL):

Uiteindelijk beval de Farao al zijn mensen: "Gooi alle pasgeboren Hebreeuwse jongetjes in de Nijl, maar spaar de meisjes."

Een jongen overleeft en krijgt de naam Mozes, die later een belangrijke rol speelt.

Hoe lang en hoe consequent de Egyptenaren de moord op de pasgeboren jongetjes uitvoerden is niet opgetekend, maar zij wilden de Israëlieten ook gebruiken als goedkope werkslaven, dus waarschijnlijk stopten zij op een gegeven moment met het vermoorden van de pasgeboren jongetjes.

De meeste mensen kennen dit voorval. Veertig jaar later leidt de eerder genoemde Mozes het volk Israël uit Egypte en trekt door de woestijn naar het Beloofde Land, begeleid door Gods zichtbare tussenkomst, o.a. door de wolkenzuil en diverse wonderen.

Dus het volk leefde ongeveer veertig jaar in deze sleur. Kinderen werden er geboren, groeiden op in deze slavernij, een leven lang slavernij.

Dus nu heeft het volk Egypte verlaten, gezien hoe God de Rode Zee scheidde en de Egyptenaren versloeg.

Ze waren toen in de woestijn en het ging niet altijd even soepel. Soms duurde het een paar dagen voordat ze water vonden. God had dan voor water gezorgd.

En dan, op de 15e dag van de tweede maand na het vertrek uit Egypte, zodat alles nog vers was, gebeurt het volgende (Ex 16:2,3; NL):

2 Opnieuw maakten de Israëlieten Mozes en Aäron ernstige verwijten. 3 "Had de Heer ons maar in Egypte gedood," klaagden ze, "daar hadden we tenminste vlees en genoeg brood om te eten. In plaats daarvan hebt u ons naar deze woestijn geleid, zodat we hier allemaal zouden verhongeren."

Natuurlijk voorzag God hen weer van manna en kwartels, de meesten van jullie hebben het verhaal wel eens gehoord.

Maar ik wil hier een moment stilstaan.

De vleespotten in Egypte waren de Israëlieten nog bekend, maar de sleur, de mishandeling en de slavernij waren vergeten. Of, achteraf gezien, waren ze niet meer zo belangrijk voor hen.

Liever vertrouwde slagen dan een onzekere hoop? Liever vertrouwde slavernij dan vrijheid in een onbekend land?

Je weet wat je hebt.

Zelfs de Bremer stadsmuzikanten waren slimmer: "We kunnen overal iets beters vinden dan de dood".

Maar ik wil niet zo neerkijken op de Israëlieten. Deze voorkeur voor de status quo boven verandering is zeker iets wat we ook bij onszelf aantreffen, ook bij mij persoonlijk.

Laten we een ander voorbeeld uit de Bijbel bekijken.

Abram

Hij is bekend onder de naam "Abraham", maar hij heette eerst "Abram" en werd later door God hernoemd.

Zo begon het met hem (Genesis 12:1-4; NL):

1 Toen gebood de Heer Abram: "Verlaat je huis, je familie en de familie van je vader en ga naar het land dat ik je zal wijzen. 2 Uit jou zal een groot volk voortkomen. Ik zal je zegenen en je zult in de hele wereld bekend zijn. Ik zal jullie tot een zegen voor anderen maken. 3 Wie jullie zegent, zal ik ook zegenen. Wie jullie vervloekt, zal ik ook vervloeken. Alle volkeren van de aarde zullen door jou gezegend worden."4 Abram vertrok zoals de Heer hem geboden had. En Lot ging met hem mee. Abram was 75 jaar oud toen hij Haran verliet.

Op zijn 75e opnieuw beginnen? Nu was Abram lichamelijk en geestelijk nog zeer fit, zoals we weten uit latere beschrijvingen in de Bijbel. Maar toch?

Hij luistert naar God en neemt alle risico's. Hij gedraagt zich al anders dan zijn nakomelingen later in de woestijn, waarover we eerder hoorden.

De term "comfortzone" komt hier ook naar voren, die Abram hier duidelijk verlaat.

Nu zou je kunnen zeggen dat Abram hier grote beloften van God krijgt en dat het daarom voor hem niet moeilijk is om op reis te gaan.

Maar de Israëlieten in de woestijn hadden ook een grote belofte ontvangen, want God had hun een nieuw, goed land beloofd dat vloeide van melk en honing. Toch bleven hun gedachten terugkeren naar hun oude, vertrouwde leven in slavernij.

Voorbeelden in het Nieuwe Testament

Ook in het Nieuwe Testament vinden we positieve en negatieve voorbeelden.

De discipelen van Jezus lieten hun leven achter zich en voegden zich bij Jezus. Petrus vraagt het op een gegeven moment ook specifiek (Lucas 18:28-30; NL):

28 Toen zei Petrus: "Wij hebben ons huis verlaten en zijn u gevolgd." 29 "Ja," antwoordde Jezus, "en ik verzeker u: Wie huis of vrouw of broers of zussen of ouders of kinderen heeft opgegeven voor het koninkrijk van God 30 zal het op vele manieren terugkrijgen in dit leven en het eeuwige leven ontvangen in de komende wereld."

Eigenlijk zou men nu dieper op deze tekst moeten ingaan, wat dit alles in detail kan betekenen, maar dat zou nu het bestek te buiten gaan. De discipelen namen echter net als Abram risico's en lieten hun vertrouwde leven achter zich.

Een tegenvoorbeeld zou de rijke jongeman zijn (Mattheüs 16:22, NL):

16 Eens kwam er een man bij Jezus en vroeg hem: "Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?" 17 "Waarom vraagt u mij wat goed is?" antwoordde Jezus. "Alleen God is goed. Je kunt alleen eeuwig leven krijgen door je aan de geboden te houden." 18 "Welke geboden?" vroeg de man. En Jezus antwoordde: "Je zult niet doden. Je zult geen overspel plegen. Je zult niet stelen. Je zult geen valse getuigenis afleggen. 19 Eer je vader en je moeder. Heb je naaste lief als jezelf." 20 "Al deze geboden heb ik onderhouden," zei de jongeman. "Wat moet ik nog meer doen?" 21 Jezus zei tegen hem: "Als je volmaakt wilt zijn, ga dan alles wat je hebt verkopen en geef het geld aan de armen, en je zult een schat in de hemel hebben. Kom dan en volg mij." 22 Maar toen de jongeman dit hoorde, ging hij bedroefd weg, want hij was heel rijk.

Als je naar de hemel wilt gaan door goed te doen, moet je volmaakt zijn, en dat kan niemand.

Zijn eigenlijke status quo was niet zijn rijkdom, maar zijn denken dat hij door goede daden in de hemel zou komen, een denken dat vandaag de dag zeker nog wijdverbreid is. Maar je komt er niet, zoals Jezus de jongeman duidelijk laat zien. De eeuwigheid is een geschenk van Jezus Christus, en als je er je zinnen op zet en de weg erheen inslaat, dan neem je een risico, want dan verandert je leven fundamenteel en verlaat je je eigen status quo.

Gemeenschap

Ik wil een zin van het begin weer oppakken:

Als gevolg van een status quo bias nemen mensen grotere risico's om de status quo te handhaven dan om de situatie te veranderen.

Als je kijkt naar de allereerste gemeente in Handelingen, handelen de nieuwe leden heel anders (Handelingen 2:42-47; NGÜ):

42 Wat het leven van de christenen kenmerkte, was de leer waarin de apostelen hen onderwezen, hun samenhang in onderlinge liefde en hulpvaardigheid, het avondmaal en het gebed. 43 Iedereen in Jeruzalem werd bewogen door een diepe eerbied voor God, en door de apostelen vonden vele wonderen en vele buitengewone dingen plaats. 44 Allen die in Jezus geloofden, hielden elkaar stevig vast en deelden alles wat ze bezaten. 45 Zij verkochten zelfs land en andere bezittingen en verdeelden de opbrengst naar hun respectieve behoeften onder allen die in nood verkeerden. 46 Met eensgezindheid en grote trouw kwamen zij dag na dag samen in de tempel. Ook kwamen zij dagelijks in hun huizen bijeen om samen te eten en het avondmaal te vieren, en hun bijeenkomsten werden gekenmerkt door uitbundige vreugde en oprechte hartelijkheid. 47 Zij prezen God bij alles wat zij deden en stonden in hoog aanzien bij het hele volk. En elke dag redde de Heer meer mensen, zodat de gemeente groeide en groeide.

Of dit kerkmodel letterlijk geschikt zou zijn voor vandaag in ons land, betwijfel ik. In die tijd was het waarschijnlijk een tijdje geschikt, maar later had de kerk in Jeruzalem geen geld meer, zodat andere kerken voor hen collecteerden.

Maar de waarden die hier geleefd werden zijn zeker tijdloos.

Onderwijs over de Bijbel, samenhang, onderlinge liefde en hulpvaardigheid, delen met elkaar, een aandeel geven, gemeenschap in de tempel, d.w.z. in de kerkzaal, met communie en gebed, over en weer samenkomen in de huizen en God vieren in alles wat je doet, dat zijn allemaal kenmerken van een levende kerk.

Past dit bij onze huidige status quo of moeten we een risico nemen en iets veranderen? Willen we echt dat er iets verandert?

Iedereen moet zichzelf persoonlijk in vraag stellen. Ik ben meer het type dat trouw blijft aan het vertrouwde. Dat zie je ook aan de drie keer dat ik van baan veranderde, in twee gevallen sloot het bedrijf en moest ik op zoek naar iets nieuws.

Tijdens het onderzoek voor de preek vond ik drie gouden regels van management:

  1. We hebben het altijd zo gedaan.
  2. We hebben het nog nooit zo gedaan.
  3. Iedereen kon komen.

Het is natuurlijk niet de bedoeling dat het zo gaat ;-)

In hoeverre we ons huis, onze vertrouwde status quo moeten of moeten verlaten, weet ik niet. Misschien moeten we net als Abram naar een heel nieuw land verhuizen (figuurlijk gesproken), misschien moeten we "gewoon" onze geleefde waarden toetsen aan de Bijbel en onze tekortkomingen bij God brengen en eraan werken, ik weet het niet.

Maar we weten uit de Bijbel dat God de mensen die met hem op weg gingen niet in de steek liet, daar kunnen we nu al op vertrouwen, waar de weg uiteindelijk ook heen leidt.

Samenvatting

Ik concludeer:.